Mijn voeten walsten. Eén-twee-drie, één-twee-drie, vanuit verende knieën. En ik walste in de mooiste danszaal. Het enige wat opviel was mijn danskleding. Stevige schoenen met zand tussen de ribbels, een broek met steekzakken, een inmiddels bezweet t-shirt en een knalpaarse rugzak met een liter water erin.
De danszaal liep schuin naar beneden en de vloer was hobbelig, met onverwachte punten en hoekjes waar je over kon struikelen.
De schoenen waarmee ik walste waren mijn wandelschoenen. Locatie: de heuvels van Zuid-Limburg. Het was de tweede week van augustus en ik liep voor de tweede keer mee met de Heuvellandvierdaagse. Vorig jaar was de eerste keer geweest.

Ik was die eerste keer niet onvoorbereid gestart. Maar al te goed besefte ik dat de heuvels een andere uitdaging boden aan mijn lijf dan mijn platte Zuid-Holland, de duinen daargelaten. Met krachttraining en ‘heuveltraining’ op de loopband liep ik de eerste editie goed uit. Wel was het ondoordacht geweest om slechts een kleine week erna gelijk het Soesterwandelweekend te lopen én op dag één weinig pauzes te nemen- mijn achillespezen protesteerden zo heftig dat ik dag twee alleen maar héél voorzichtig en een beetje tegen beter weten in, kon uitlopen.
Weggespoelde paden
Mijn voornemen na die ervaring was: geen wandelweekend kort na de Heuvellandvierdaagse. Een ander voornemen was: wandelstokken mee. De eerste keer had ik dat niet gedaan en keek nieuwsgierig naar de vele deelnemers met stokken in de hand of binnen grijpafstand aan hun rugzak. Juist vorig jaar waren wandelstokken eigenlijk onmisbaar. De periode voorafgaand aan de vierdaagse had het buitensporig veel geregend. Delen van de paden waren letterlijk weggespoeld. De organisatie had hierover duidelijke waarschuwingsbordjes neergehangen. Sommige routes wisten zij nog te wijzigen, bij andere delen moest je goed opletten.
Ik herinner mij nog haarscherp hoe ik bovenaan een steil aflopende afdaling stond. Geen bomen of struiken om houvast te bieden aan de zijkanten. En het pad bestond uit zand. Nat, glad zand. Ik heb daar een tijdje stil gestaan terwijl anderen langs mij liepen. Zo wilde ik voorkomen dat ik het ritme van de wandelaars voor en na mij zou overnemen en sneller zou afdalen dan comfortabel, wat de kans op vallen zou vergroten. Ook wilde ik het pad in mij op nemen, zien waar ik mijn voeten kon plaatsen. Het werd een heel spannende afdaling. Zonder kleerscheuren kwam ik beneden, wel met de stress in m´n lijf. Direct nam ik mij voor: volgend jaar wandelstokken mee.

De wandelstokschaamte voorbij
Met de nodige zwakkere plekken in mijn lijf waren de wandelstokken dit jaar sowieso mijn beste vriendinnen. Waar ik op dag één nog leed aan ‘wandelstokschaamte’, en hen spaarzaam gebruikte, heb ik hen vanaf dag twee direct en bij alle stijgingen en dalingen ingezet. Na dag één had ik zoveel spierpijn en zulke ernstig vermoede knieën dat ik vreesde de vier dagen niet te kunnen uitlopen. Maar toen ik op dag twee mijn ‘vriendinnen’ inzette, nam de vermoeidheid en pijn met zeker vijftig procent af. Aan het eind van dag twee had ik zelfs nog energie om de bus te pakken en door een museum in Maastricht te slenteren. Vanaf dat moment waren wandelstokken Elsje en Candy my best friends. Ik noemde hen spontaan naar de konijnen uit mijn jeugd, want vriendinnen kunnen natuurlijk niet naamloos blijven.
André Rieu
Naast de wandelstokken was er het dansen met het landschap. Of, nu ik erover nadenk, dankzij de wandelstokken. Nu mijn benen minder pijn deden kreeg ik ruimte om beter te observeren hoe ik liep, met name bij het klimmen en dalen. Ik ging experimenteren met grote en kleine stappen, met sneller en langzamer lopen, met mijn voeten zwaarder en lichter op de grond plaatsen. Mijn lichaam nam de leiding, mijn hoofd observeerde en analyseerde. Zo werd mijn wandelritme spontaner en intuïtiever. Ik genoot met name van de manier waarop mijn benen graag afdaalde. De stappen werden lichter, kleiner en sneller. Ik telde mee en voelde hoe ik walste op de heuvels. Hoe kon het ook anders, in het land van André Rieu.
Actief wandelen
In heuvelachtig landschap geniet ik van de actieve wijze waarop mijn lichaam en geest wandelen. Als ik een ‘platte’ wandeling maak, kan mijn overactieve geest nogal eens afdwalen. Het gevaar op vallen is minimaal, het pad voorspelbaar. Voor mijn hersens een teken om naar binnen te keren en de week nog eens door te nemen of te piekeren. Ik zie het landschap nog wel, maar neem het niet echt meer waar. Op dergelijke momenten moet ik mijzelf meer dan eens ‘wakker schudden’ om weer actief in het hier en nu te wandelen.
In de heuvels krijgen mijn hersens de kans niet om af te dwalen. Ze zijn veel te druk met alert zijn op het afwisselende landschap. Minuut na minuut moeten zij andere beenspieren aanspreken, de ogen aanzetten tot het nauwkeurig scannen van het pad en de punten van de wandelstokken goed plaatsen om niet alsnog naar beneden te rollen. Ik sta ‘aan’ en voel mij onderdeel van het landschap om mij heen.
Geleid door het landschap
Uiteindelijk was de Heuvellandvierdaagse dit jaar een feestje. Een pittig feestje maar zijn dat niet de leukste feestjes? Zo liet het landschap zich kennen als de perfecte danspartner. Er was spanning en veiligheid. Momenten van uitdaging en harmonie. Een landschap waardoor ik mij met plezier liet leiden. En waar ik naar terug verlang. Ik ben nog lang niet uitgewalst.

Reactie plaatsen
Reacties