Hoe loop jij het liefst? De pas erin, weinig pauzes? Of sta je vaak stil om de omgeving te bewonderen? En ben je daarin wel eens besluiteloos, waardoor je je ritme niet kunt vinden?
Na de Vierdaagse van Apeldoorn liep ik vandaag voor het eerst weer alleen. En dan bedoel ik écht alleen. De vierdaagse loop ik ook alleen, maar bij zo’n evenement loop je nooit écht alleen. En dat is ook het leuke eraan. Toen we de eerste dag van start gingen, had ik gelijk weer dat vertrouwde gevoel hoe het is om in een groep te lopen. Het is net alsof je met elkaar één soort organisme bent. Al loopt de één snel en de ander langzaam, de één als een kieviet en de ander worstelend met de nodige blessures. Je loopt allemaal dezelfde route, op weg naar hetzelfde eindpunt. Dat doet iets met je.

Ritueel
Voor mij voelt het als een soort ritueel. Ieder jaar komen we daar weer bij elkaar en brengen vier dagen met elkaar door. Vier dagen onder mensen die allemaal van wandelen houden. Met wie je in de rij staat voor de toiletten, met wie je een praatje maakt bij de rustplaatsen. Soms biedt iemand aan een foto te maken als je staat te prutsen om een leuke selfie te maken waar je óók de natuur in de achtergrond ziet. En gestaag gaat de wandeling voort naar de laatste pijlen op de route, naar de finish. Voorpret voor bepaalde punten onderweg, dat ene veldje, die mooie fontein, een bijzonder monument- juist omdat je wéét dat het eraan komt, is het leuk.
Dóórlopen
Tijdens zo’n evenement merk ik dat ik, behalve bij rustplaatsen, niet veel stil sta. Af en toe maak ik een foto en ik kijk zeker bewust naar alle mooie natuur om mij heen. Maar de basis is toch: doorlopen. Met elkaar kom je in een bepaald ritme. Je verhoudt je ook constant tot elkaar- zal ik deze groep passeren of is er nog ruimte genoeg tussen ons om comfortabel te lopen? Je wilt elkaar niet in de weg lopen en onbewust ben je doorlopend aan het schakelen tussen jouw eigen ritme en dat van anderen. Dan ga je niet om de haverklap stilstaan om iets moois te bewonderen.

Écht kijken
Gisteren liep ik voor het eerst weer écht alleen. Over een paar weken loop ik de Heuvellandvierdaagse in Zuid-Limburg. Vanwege het heuvelachtige gebied maakte ik gisteren een wandeling in duingebied Meijendel, om de spieren wakker te houden. Het was een doordeweekse dag en dat zorgde voor weinig wandelaars. Ik was vooral alleen met de natuur, die zich ook nog eens op z’n best liet zien. Vlinders laafden zich aan de bloemen naast de paden, libellen vlogen snel voorbij en zo dichtbij dat ik de trilling van hun vleugels kon horen.
En ik? Ik ging er eens stil bij staan. Vaak vink ik in gedachten de vlindersoorten af die ik zie. Citroenvlinder. Kleine vuurvlinder. Koolwitje. Atalanta. Check-check-check, herkend, gezien en door blijven stappen. Dit keer betrapte ik mezelf daarop en vroeg mij af, waarom eigenlijk? Vanwaar die haast? Ik had een vrije dag, alle tijd en ik vond het leuk om de vlinders eens écht te bekijken. Okay, dit is een citroenvlinder, maar hoe ziet hij er nou écht uit? Ik zag kleine stipjes op de vleugels, dat de bovenste vleugel in een punt eindigde en hadden zijn voelsprieten nou een kromming aan het einde?
Oog in oog
Zo bleef ik de hele wandeling mijn tempo aanpassen aan wat ik zag. Ik keek bewust, nieuwsgierig, een beetje zoals je als kind alles voor het eerst ziet. Ik maakte aantekeningen van details die mij opvielen. De ene vlinder had waaiervormige vleugels, de andere puntige. De ene vloog rustige dwarrelend, de ander zenuwachtig en ‘hoekig’.
Met dezelfde rust stond ik later oog in oog met, naar ik denk, een kleine zandhagedis. Tijdens een pauze zag ik het gras bewegen en naarmate ik langer keek kon ik de schutkleuren van het beestje ontwaren. Het voelde alsof we elkaar echt aankeken. Door te vertragen in mijn hoofd zag ik steeds meer van de patronen op zijn lijfje en raakte het beestje meer op zijn gemak. Uiteindelijk klom hij in het gras omhoog, door naar een boom, om daar op een uitstekend blad te zonnebaden.

Tot jezelf komen
Al deze ontmoetingen – want zo voelde het – gaven zoveel meer verbinding dan mijn normale ‘check-mooi-gezien’ modus. Wat gaat de haast van het dagelijks leven toch makkelijk in mij zitten. Het vraagt echt bewust nadenken en andere keuzes maken. In dit geval de keuze om mijn wandelritme aan te passen, pauzeren en stilstaan écht onderdeel van de wandeling te maken. Het stilstaan en pauzeren is geen verloren tijd, het is net zo goed natuur beleven. En even tot jezelf komen. Even niets moeten, niet op een ‘doel’ afgaan, maar gewoon zijn. Kijken. Voelen. Horen. Zijn.
Ik gun je daarom mooie wandelingen met evenzoveel momenten van pauzeren en stilstaan.
Reactie plaatsen
Reacties